Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c 27 )

Vader juist dezen morgen is uitgegaan, om een kind te Doopen, want hy dagt dat onze gast niet voor den avond komen zou. Wat zal ik

doen? Myn muts is half van myn hoofd!

Hemel, wat ben ik ontfteld! Maar ik moet echter naar beneden.

„ Wel Fantiy," dus verbeeld ik myne Lucia te hooren vraagen, „ hoe bevalt u uw gast?" Waarlyk niets met al. Hy was wel zeer beleefd en verpligtend; maar hy heeft de helft niet van die zigtbare goedwilligheid en openhartigheid in zyn gelaat, die myn Vader en veelcn der arme landluiden (zynde dezen de eenigen, die ik zie) in deze plaats hebben, üees Edelman heeft, zoo als Pope zegt,

„ Een rond aangezicht zonder denkens kracht.'''' en echter is 'er ik weet niet welke, foort van fchranderheid in. Hy fchynt tüfl'clien de vyftig

en zestig jaaren oud te zyn. Ik liep dan,

zoo als ik zeide, naar beneden, en maakte myn Compliment, zoo goed ik kon. Hy trad nader, en'kuste my, zeggende, dat hy, my ten doop gehouden hebbende, nu ook regt had, om die

Vryheid te genieten. —■ Was dit niet een

groote eer?

Hy

Sluiten