Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 33 )

ëri doet hy dit, dan is 'er zeer veel reden orri te vreezen, dat de jonge harten de deugden zullen over 't hoofd zien, en de affchrik voor de ondeugd zullen verliezen. Ik wil juist niet beweeren, dat men ondeugende karakters nimmer behoort af te fchetfen; in tegendeel; de Jeugd moet de ondeugd zien ; maar hare affchuwlykheid moet in zulk een licht geplaatst worden, dat zy by den lezer Verachting voortbrengt; want,- zoodra leevendigheid van geest of aartige kwinkfiagen over de ondeugd een fluijer fpreiden, dan loopt het hart, welk niet genoegzaam op zyn hoede is, zeer groot gevaar om door den fchyn bedrogen te worden, en zich aan dezelve over te geven."

„ Zeer wel, zeer wel aangemerkt," zeide de Baron: „ Ik ben het Volmaakt met U eens, bet hare. van een jong meisje kan nimmer al te geftrenge denkbeelden van deugd hebbed ingezogen. — Wat zegt myn klein-dochter (want zoo noemt hy my dikwyls) van dit onderwerp ? "

„ Ik wil my geenzins voor eene oordeelkundige uitgeven," antwoordde ik, „ maar in werken van fmaak is-het zekerlyk niet genoeg y dat een verhaal volkomen is ingericht naar de ^ voor-

Sluiten