Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(59)

werd ik midden in deze myne wanhoop verbaasd, toen ik zag, dat die perfoon, dienader by my kwam, geene dier haatelyke vrouwsperfoonen, maar een meid uit deze herberg was; en nog meer, toen ik myn hoofd, waarmede ik al fchreiende op de doel haci gelegen, opbeurende, en haar van naby aanfchouwende, in alle de trekken van haar gelaat en in hare geheele gedalte uw oude meid Sal/y herkende, die, zoo ik my herinneren kan, by u woonde, toen ik zoo gelukkig was van by u aan huis te komen / —Waarlyk, vriendin, gy kunt u myne verbaasdheid nimmer voordellen, toen ik haar zag,welke my de Hemel in mynen uiterden nood gewisfelyk toefchikte tot myne verloster, en zoodanig zal ik deze ontmoeting altoos dankbaar erkennen.

Zoodra zy nader kwam , keek zy my ook met de uiterde bevreemding aan. „ Myn God !** riep zy uit,, „ is het mogelyk? — Zou het Juffrouw Fanny wezen? — Neen zeker, dit

is onmogelyk! Ja! Goede God!

zy is het."

„ Ja, ik ben het —- ik ben het," riep ik opvliegende, „ ja, ja, ik ben Fanny BeltonX — Js het mogelyk? Zyt gy Sal/y, die by myn»

waardde

Sluiten