Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 84)

ik het vooruitzicht heb om daar gelukkiger s dan hier, te flaagen, en dus hebben wy befloten om binnen weinige weeken te verhuizen. Hoe aangenaam, ik herhaal het nog eens, het ons zou wezen om de beminnelyke juffer Belton met ons te nemen, zoo vreezen wy echter, tiat zulks haar Tante zeer onaangenaam zyn zou i en mogelyk ten kwaade zou geduid worden , als of uwe vriendin van hare befcherming geen gebruik wilde maaken. Ik ken de Dame niet, maar, terwyl zy de Zuster is der overleden vrouw van den nu zaligen Heer Belton, is 'er , dunkt my, geen twyffel aan, of zy zal haar arme Nicht aanftonds tot zich willen nemen; » te meer nog, daar zy dochters heeft

van denzelfden ouderdom, kunnende deze famenwooning dus van rondsom niet dan zeer

aangenaam wezen: . ik hoor, dat zy luiden

zyn van een aanzienlyk vermogen.

Juffer Fanny heeft eenige regels aan haar Tartte gefchreven , in welken zy hare befcherming verzoekt op eene zoo aartdoenlyke wyze, dat noch myn vrouw, noch ik* dien brief zonder traanen konden lezen.

Zy verdraagt de noodlottige beproeving van het verlies van den tederilen vader, die immer

leef-

Sluiten