Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 9° )

ik, dat het onmogelyk was om dien geweldigen fchok uit te ftaan: — en echter leef ik nog — echter moet ik nog in dezen rampzaligen ftaat voorthuppelen, verwezen mogelyk om in dit leeven den bitteren kelk van ellende te drinken: _ eene ongelukkige wees — arm _ bedroefd — en zonder vrienden! Gy moet u niet verwonderen, dat dees myn brief overal beklad, en hier en daar is uitgewischt. —- Plet zyn myne traanen, Lucia!—traanen, die thands vloeien en voor altoos zullen vloeien by de jammerlyke, by de rampzalige herinnering van myn onherftelbaar verlies. — Maar, ondankbare daar ik ben! laat ik niet denken om myne eigene onheilen; maar laat de befchouwing van het tegenwoordig — waarom zou ik dit niet in alle nederigheid vertrouwen ? — geluk van mynen gezaligden Vader alle naare overdenkingen wegnemen. Hy, in het gezelfchap zynde van zalige geesten, van regtvaardigen, die volmaakt zyn, flaat nog zyn geliefde weeskind gade, — en zal by aanhoudendheid haar befcherm- engelen geleider wezen!

De Heer Hutton heeft u, zoo my voorftaat, alles berigt: Ik zal derhalven de jammerlyke en aandoenlyke byzonderheden niet herhaalen;

al-

Sluiten