Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 95 )

de laatfte zes maanden zyn overgekomen ,* eri dat het nog twaalf maanden moet lyden eer ik uw antwoord kan hebben! — In het Oog van myn hatt echter zie ik myne Lucia naast my zitten, en hare traanen mengen met die van hare rampzalige Fanny! — Doch laat ik, ondanks mynen bedroefden toeftand, my zelve geenszins ten vollen rampzalig noemen, daarik. een opregt hart bezit om my te vertroosten; daar ik deugdzame geneigdheden en voornemens koester, en my in dezelven hoelangs hoe meer verfferk, en daar ik eenen God heb om my te onderff eunen. wiens voornaamfte zorg de lydende onfchuld is.

Ach, myne Lucia, hoe zeer was ik aangedaan, toen ik het kleine, boersch en vreedzaam verblyf moest verlaten, daar ik weieerde Fchuldeloze dagen myner kindsheid fleet, en daar ieder plaatsje my myne lieve vriendin vertegenwoordigde ! — Ik heb voor altoos affcheid genomen van het egelantier-prieeltje, dat gy met uwe eigen handen gevlochten hebt; —van de ouden eikenboom, onder welksfchaduwwy

zoo dikwyls zaten te zingen; van het hek

aan het haazelaaren-boschje, daar wy elkander

zoo

Sluiten