Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C ï°4 )

aangeland, om dat het zoo wel voor my, als voor mynen goeden leidsman, want dit fchynt hy te wezen, onmogelyk was om onze reis

dees nacht door te zetten. De oude

merrie, daar wy op zaten, werd onder weg kreupel, en het heeft weinig gefcheeld, of wy zyn in de fchrikkelyke moerasfen en bergen, die wy over moesten, onder de fneeuw begraven geweest. Nimmer heb ik eene zoo

gevaarlyke reisgedaan. Ik ben byna ver-

ltyfd van koude, hoe zeer my Jufvrouw Hut» ton in drie mantels gewonden, en my een klein mandtje met een groote fles met hartfterkenden drank van haar eigen maakzel, en een party koekjes en een koe-tong op reis heeft medegegeven om my voor de fnerpende koude te bedaren. My dunkt ik gevoel nog op

myn wangen de traanen van affcheid, die haar al kuffende ontvielen.

Gelukkig is myn reisgezel niet alleen een zeer goed flag van een man, maar ook zeer fpraakzaam, en wel opgevoed. Ik heb aan dezen aangenaamen reisgenoot veel verpligting voor zyn vervrolykend gezelfchap op onzen fchrik-

lyken weg naar deze kleine herberg- hy

deed al wat hy kon om my vrolyk te maaken,

door

Sluiten