Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( IO(3 )

„ Neen, Mejuffer, ik heb geen vrouw, —h

Eenmaal" en met dit zeggen loosde hy

een diepe zugt, en bleef geduurende het overige van onze akelige reis tot in deze kleine herberg zoo droefgeestig, dat ik zekerlyk befluiten moet, dat zyn hart zeer diep geraakt is ï

. uit welke oorzaak dit zy, weet ik niet,

alleen heb ik kunnen merken, dat het niet uit hoofde van zyne omflandigheden was, wanthy heeft eene tamelyke groote land-hoeve, die hem in eigendom toebehoort..

Toen wy hier aankwamen, nam de goede man my van het paard af in zyne armen, want ik was zoo verkleumd van de koude, dat ik niet liaan kon, en bragt my in een kleine kamer, daar hy onraiddelyk een goed vuur liet aanleggen , -en thee het bezorgen.

„ Zyt niet bevreesd, myn goede Jonge Juffer," zeide hy, metu aan eenen ouden vryer te vertrouwen, ik zal al doen dat ik kan om u te vermaken.

Hy beitelde een goede vogel om voor ons avondmaar klaar te maaken; en terwyl wy nog aan de thee zaten, had ik fchoone gelegenheid om myn reisgezel wat naauwkeuriger tebefchou-

wen: in zyn gansch gelaat was eerlyk-

, heid

Sluiten