Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C ii2 3

Èenigë Jaaren te voren had myn karakter én dg gunftige gedagte, die zy van my had opgelat > (niet tegenftaande de ongelykheid van onze omftandigheden, want zy had zeer aanmerklyke bezittingen) hare vrienden overreed om hunne toeftemming tot ons huwelyk te geven, en de week te voren, eer ik onregtvaardig gevat werd, was onze trouwdag bepaald, kleederen gekogt, en alles klaar gemaakt om onze wenfchen te vervullen; maar, helaas! in plaatfe van my als een gelukkig man te omhelzen, zag zy my by dit toeval met afgryzen aan, als een dief, die om zyn wanbedryf gevangen werd. Op het oogenblik dat ik in hechtenis wierd gezet , werd zy naar het land \ ervoerd, en kort daarna genoodzaakt te trouwen met een dronken Vosfen-Jaager , zynde een fchildknaap, tv ftierf binnen de eerfte twaalf maanden uit

verdriet. maar om weder tot de zaak te

komen.'"

9 Eindelyk kwam het tot een geregtelyk verhoor , en, terwyl 'er zich geen de minfte gegronde reden tegen my op deed, werd ik gevolglyk op eene deftige wyze ontflagen; Ja korten tyd daarna kwam het uit, dat myn patroon's vrouw die aanmerklyke zommen gelds

daar

Sluiten