Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C ik j

e^n zeer ongelukkig leeven: en hóe kan het ook anders wezen, als men de oogmerken eens nagaat, die hen tot dit huwelyk hebben aangefpcord. — Myn Tante trouwde den Heer Grim* Üon alleen om zyn geld; en hy had geene andere beweegreden dan haar fchoon gelaat. —i Welke gewigtige redenen voor twee menfchen, om alle hunne dagen met elkander te flyten! —> of liever, welke aanleidingen om de heilige geloften des hüwelyks te onteeren, zyn hier in niet opgefloten!

Waarlyk myn goede Oom leidt zoo wel een ellendig leeven als ik. — „ Myn. Heer Grimfton\ je moet dat doen, — en ik wil hebben, dat je het zoo doet" — zyn de dagelykfche lesfen van myn Tante.

Ach, Vriendin, hoe gaarne dobberde ik nu op den Oceaan, die ons van elkander fcheidt! — De ftreelende hoop, dat wy elkander nog eenmaal weder zullen zien, is voor als nog dé beste reden om my te vertroosten, en myn onheil met geduld te dragen. — Ik heb my nu weder in myn klein vertrek opgefloten, om aan myne Lucia te fchryven, die de eenige troost is, welke my nog overig blyft.

Goede hemel! wat gebeurt daar! Een poft-

chais

Sluiten