Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 133 ï

zagtjes naar de rustbank, daar de ongelukkige op nederlag, maakende myn compliment zoo goed ik kon. — Ach,' Lucia, nimmer hebben myne oogen eene zoo fraaie geftaltebefchouwd!

Zoo dra ik het kusfen onder zyn hoofd wilde leggen, opende hy zyne oogen enmyzeerfterk aanziende zeide hy met eene flaauwe ftem, „ Gy zyt zeer goed: — Ik ben maar ongerust, dat ik zoo veel moeite veroorzaak: —duizendmaal dank.'?

Welk een gezicht, Lucia! Ik ontroerde hevig.

Myn Tante my met hem hoorende fpreken, keerde zich fpoedig om , en zeide, „ Gy hebt

dat kusfen verkeerd gelegd! ga heen, en

laat ik het eens in orde leggen."

Ik werd ten uiterften befchaamd en vloog naar het ander einde van de kamer. —- De Heer Charles Betford keek my, zoo my toefcheen, met groot medelyden aan.

Lóóp heen, Francyn," zeide myn Tante, ?> en ga onmiddelyk koffy zetten."

Dit zeide zy, zoo my dunkt, om my het voorkomen van een meid te geven, of om my uit de kamer te krygen. — Peter de knecht was met de andere knechts van den Edelman heen I 3 ge-

Sluiten