Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 151-)

lyk uit nydigheid, verteld, dat ik beide die taaien verftond.

Ik vond hem een by uitnemendheid geleerd man te zyn; en hy was zelf, zoo my toefcheert zeer verbaasd over myne opvoeding. Ik verhaalde hem en hier by fchooten my de tranen in de oogen dat zulks het éénige

vermaak geweest was van eenen braaven vader, een man van groote geleerdheid en oordeel. — en met deze fchatting, die ik aan de gedagtenis van wylen myn vader betaalde, fcheen de Baron zeer wel te vrede, ja zelfs daarover aangedaan te wezen.

Wy kwamen nu in een diep gefprek over de fchoonheden der treurfpelen van Euripides, Sophocles, en anderen; dit maakte, dat noch myn Tante noch myne Nichten zich bymogelykheid in het zelve konden mengen: maar, terwyl zy nu waarfchynlyk dagten, dat ik genoegzaam was ten toon gefield en my zelf belagchefyk genoeg gemaakt had, deden zy niets anders dan elkander toewenken, en mompelen.

Eindelyk, toen myne Tante opftond om e&ne einde aan de vifite te maaken , verzogt de Heer Charles my, dat ik hem myne manuscrip**" zou. laten. —Ik neeg, en wy gingen heen.

K 4 Na

Sluiten