Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 154 )

DERTIENDE BRIEF.

Den zden van May*

T*\e arme Belford, myne LuciaX „ Maar

hoe Fanny " dunkt my hoor ik u zeggen, „ begint gy de eerfte regel in uw brief met den naam van dezen beminnelyken volmaakten

man ? " Uwe aanmerking is gegrond: maar

ik wilde de regel behoorlyk eindigen. De

arme Belford dan, ik herhaal het nog eens, is op nieuws bedlegerig. Een foort van gezwel, of hoe het anders heeten mag, ik verffa juist de byzondere benaamingen der Chirurgie niet

zeer met groote pyn vergezeld, heeft

zich op de knie, die uit het lid geweest is, vertoond. De Chirurgyn zegt, dat hy het nood» zaaklyk moet open fnyden. De pyn van deze ontfteeking is zoo groot geweest, dat zy hem verfcheide nachten van den flaap beroofd, en hem, zoo ik verftsan heb, eene ligte koorts

heeft aan gejaagd: i — zoo. dat ik vrees, dat

het

Sluiten