Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 155 )

het vry lang zal duuren, eer hy dit verblyf zal

kunnen verlaten. Ja, Lucia, ik zeg het

nog eens, ik vrees: want, vriendin, hy is heiaas! al te al te beminnelyk, en om myne rust moet ik hem al te zeer vreezen ..

Het heeft den Hemel behaagd my te befchermen en te bevryden van de fnoode ontwerpen van dien gruuwelyken wreedaart, den ontmenschten Branville-, maar, helaas! ik vrees, dat uwe arme Fanny, hoe vreemd deze wonderfpreuk zyn moge, verwezen is om door een man van de verhevenfle gevoelens en deugden te worden bedorven, indien ik dit woord in dezen zin gebruiken mag. Ach, myn waardfre, zou het alleen dit zyn, dat myn hart, door rampfpoed vertederd, en van allen troost beroofd, van zelf de llerklte- trekken van medeiyden en eerbied in een ander opfpoort? zou hetdaar^

om den Heer Beiford aankleeven , om dat zyn gansch gedrag my geduurig van zyne uitgeftrekte goedwilligheid en van zyn tederst medeiyden

verzekert? Of zou het Ach Lucia,

bekyf my niet; maar ik vrees zeer fterk, dat dees uitmuntende man,fchoon van zyn kantonfchuldig, my zwaardere rampfo^ed zal berokkenen , dan ik tot nog toe ondervonden heb.

- Ik

Sluiten