Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 150

; jk zeide u in myn laatften brief (*), dat

'er geen dag omgaat, of wy zyn in zyn kamer* Ik zeg wy , want myn Tante kan geene verontfcbuldiging meer bybrengen 3 waarom zy my buiten de party zou laten; vooral, wanneer de Heer Charles begeert, dat ik in dezen kleenen

kring niet zal overgeflagen worden. De

loftuitingen waarmede hy de voortbrengfels van myn pen heeft gelieven te vereeren, zouden uwe arme Fanny waarlyk haast hovaardig maaien. „ Hemel, Fanny\n zoo dunkt my,

dat ik u hoor toeroepen; „ Hemel, Fanny! wat lees ik hier? Hoe is het mogelyk, dat eene genegenheid voor dezen volmaakten man »» Maar hier moet ik u in de reden vallen Lucia! Noem doch, bid ik u, dat

geen met den naam van gedegenheid niet,welk niet meer dan eene nederige bewondering zyner

verdienflen is. Dan, hoe het ook zyn

moge, ik zal my zelve geftrenglyk ftraffenvoor myne trotsheid,om dat ik mynegedagten—— misfchien, zoo als den Hemel bekend is, zonder

eenige ftraal van hoop daarop heb dirven

zet

(*) Dees brief is volgens de vorige aanmerking ac t«r weeg gelaten.

Sluiten