Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C I63 )

triendin gelukkig geweeft zyn, indien het daar by gebieeven ware; maar een brief, die in dezelfde iaade lag, trok helaas! alle myne aandacht tot zich Ondeugende/fc»»?, daar

gy zyt, „ dunkt my hoor ik u roepen; durfde

gy het waagen om den inhoud te zien ?"

Ja, myn' waardlte, ik deed het, en ik durf ieder , die zich in myne ómftaiidigheden bevond, uïtdaagen om deze verzoeking te wederman: want naauwlyks floeg ik myne oogen op het papier, of ik las deze woorden. „ Zy is de nicht van Mevrouw Gramfon." — en zoó dra ik dit zag, had ik het niet meer in myne magt, om myne nieuwsgierigheid tegen té gaan.

By nader onderzoek bevond ik, dat het een brief van den Heer Charles was, die aan een feyzonder vriend was ingericht. Na dat hy daarin het toeval verhaald had, welk hem te Grimflon-houfe gebragt had, en nog hield, komt hy tot dat gedeelte, welk myne aandacht zoó fterk had opgewekt, „ Maar, ach , mvn Wentworthr dit zyn de eigen woorden, j, hozal ik u eene befchryving geven van die engeïin, de nicht van deze goede luiden, die hier kin* haar verblyf houdt.?" en dan Vülgc.

Sluiten