Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 169 )

myn huis niet, die ftrydig zyn met die wel-

voeglykheid, die" „ Welke dingen toch

heb ik gedaan, Mevrouw, dat ik zulke verwy?

tingen van u verdien ?" Ik kon by deze

verguizing my zelve niet bedwingen, van overluid te fchreien.

Of zy nu dagt, dat ons gefprek door den Heer Belford gehoord zou kunnen worden, weet ik "iet; zy vond ten minsten goed haar ftem en uitdrukkingen wat te verzagten. —* „ Ge zyt nu al vry ryzig van geftalte , myn kind, en — laat my eens zien hoe oud zyt ge nu?"

„ Ik ben onlangs zestien jaar geweest."

„ Wel nu: Myn Heer Cimfton en ik hebben eens breedvoerig met elkander over u geraadpleegd; en wy, of liever ik, want dit komt op een uit, zyn van gedagten, dat, als wy u by eene mode-kraamfter zonden, die nog een achternicht is van myn fleer Grimfions eerfte Vrouw, gy dan, als je het fchryven vaaren liet, en u wat op de naaide toeleiddet, een ordentelyk middel van beftaan zoudt vinden. Ik wil heel gaarne een brief van recommandatie

yoor u fchryven,-. , zoodat> je kmt nu

je boedel maar by een pakken , want hoe

Êtrder gy vertrekt hoe beter. Waarlyk,

L 5 kiqd,

Sluiten