Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c m y

deur toe;

Hoe ik boven op myn kamer gekomen ben, weet ik niet; want daar kwam ik eerst tot my 2elve: ik dagt, dat niy het hart zou zyn vari

een gefcheurd; * ik wierp my zelve op

een Stoel neder en zat voor eenige oogenblikken onbeweeglyk in een foort van vervoering: eindelyk bragt my een vloed van traanen geluk-*

kig totbedaaren. Goede Hemel! zeide ik,

is het mogelyk, dat Charles Belford de arme bedroefde Fanny kan beminnen ? Hoe teder was zyne bezorgdheid over myn ongelukkigen toeftand! Hoe zeer verfynd is de aandoening van zoodanig hart, als het zyne! s

'k wenschte daarom wel, Lucia, dat ik eeni-e oogenblikken langer in zyn kamer gebleven wa* om dat geen van hem te hooren, welk hy zeide my te zullen verhaalen Ja, ik maakte

al te groote haast om te vertrekken: —- wat kwaad zou 'er toch in geftoken hebben P Ik had ten miarten zekerlyk zoo lang kunnen blyvcn , tot dat myn Tante binnen gekomen was: _ hoe dwaas deed ik dan van naar bó.

ven te vluchten! Hy fprak weder van

eer en van dankbaarheid: Wel Fanny,zeg

* dikwyls tot my zelve, hoe zyt gezoodwaas M ge„

Sluiten