Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( Ig3 )

Doch laat ik daar maar van afftappen. — Om kort te gaan , ik gaf de waardige vrouw tot een prefentje een Cachet weerom, dat ik in myn zak plag te dragen , op dat zy ook nog iets hebben mogt om aan my te denken.

„ Ik moet nu heen," zeide Monfon eindelyk, „ ik moet het bed van den goeden Edelman nog opmaaken. Ach, Juffer Fannyhy fchynt van avond zwaare pyn aan zyu arm te hebben, en ook heel zwaarmoedig te zyn over

de wond aan zyn knie. God zegene tt

altoos, Juffer Fanny! — Ik zou nog vry

wat daarover te zeggen hebbeu , dat ze jou zoo maar affcheepen; maar ik ben een dienstbode ,

en daarom moet ik zwygen. Doch wy

zien het einde van zulke luiden niet; boontje komt wel eens om zyn loontje, is het niet waar,

Juffer Fanny?" 5 en met een was zy

weg.

Het zal haast tyd worden om dezen vreezelyk langen brief te fluiten. Maar ik moet nog eerst uwe gedagten vraagen over myn antwoord

aan Be/ford* Is het niet te vry, Lucia? —

Ach! welk een uitmuntend hart heeft hy /

en hoe ongelukkig is in fommige opzigten tegenwoordig uw vriendin! In weerwil van

M 4 myo

Sluiten