Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fiaar lof zeggen) altoos zeer minzaam behand-

deld hebben, van my namen. leder liep om

het hardst om my het laatst vaarwel toe te roepen. „ God zegene U, Juffer Fanny!" zeide

de een. Een ander zeide weder, „ ik zal

voor u bidden," omdat zy in de gedagte was, dat ik zoo goed als naar Oost- Indien ging ,zoo gevaarlyk kwam haarde reis naar Londen voor, en dit had zyn reden, want deze braave meid wa$ mogelyk nooit verder dan een uur of drie van

huis geweest. — De oude huis-hond, die

ik altyd geliefkoosd had, volgde my al kwispelende met zyn ftaart; ik ftreelde hem de

kop; en de oude tuinman Jacob wenkte

my vriendelyk toe! Wy waren nu tot aan

het rydtuig genaderd, toen ik by toeval myne oogen op de venfters van den Heer Belford iloeg. En, Lucia , ik- zag hem, helaas daar ftaan, ziende 'er deerlyk vermagerd en doodelyk bleek uit, en wordende door zyn knecht

onderfteund. Ach, Vriendin, hoe hevig

waren myne aandoeningen! ; Hy boog zich

Ik neeg half al beevende, en flapte dus in de Koets, waarin myn Tante zich reeds met veel

deftigheid geplaatst had ik kon my niet

weerhouden van te fchreien. — Was het niet

de

Sluiten