Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 189 )

lyk met zoo veel onderfcheiding niet groeten. Waarlyk geloofd my , je bezit veel te veel

trotsheid en onbefchaamdheid. „ En

daarop, Lucia, volgde eene zoo Wydloopige redevoering over de zedigheid , hoogmoed, vrypostigheid , verwaandheid, en eindelyk over , de deugd, dat het volkomen twee uuren duurde , in welken tusfchen tyd wy dan ook aan het tolhek kwamen, daar uwe arme Fanny, moest afgefcheept worden* Een jongen, die het koffertje, dat ik by my had, dragen zou, werd gelast, het zelve zoo fpoedig hy kon, naar de

herberg te L — te brengen, en dan oogen-

bliklyk te rug te keeren. — Myn Tante deed nu het poortier van het rydtuig open, en ik fprong 'er uit.

„ Je kunt volftrekt niet dwaalen," zeide myn vriendelyke Tante, „ als ge dezen gemeenen

weg maar houdt, en het eerfte Dorp is L

Ik heb je reeds gezegd, in welke herberg je

gaan moet om de Post - koets te huuren;

en nu, myn kind, wensch ik jou een goede

reis." Weg ging zy en ik zag haar

niet meer.

Beeft uw teder hart nu niet voor my, Lucia', in dezen toeftand? — Geheel alleen, zonder

be-

Sluiten