Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 190 )

befcherming-' Ik ftond eenige-oogenblik-

ken op deze plaats ftil, en myne oogen ten Hemel heffende, bad ik, Genadig Gcd, zie met medeiyden op my neder , en befcherm eene verlatene wees/

Terwyl het op dien dag zeer warm was, wandelde ik maar zagtjes voort; en ware myn hart, niet ontrust geweesi, zou ik my met het gezang der Vogelen, en met de fchoonheden der natuur , die onze goede Schepper zoo mildelyk •in dit aangenaame Jaar-faifoen verfpreid , by uitftek hebben kunnen vermaaken.

In deze myne diepe befchouwing was ik naauwlyks eenige fchreden voortgewandeld, of ik ontdekte tot myne groote verwondering (toeri ik nederbukte, om een bloempje van eene ongemeene fchoonheid te plukken, welk midden in het onkruid en het gras aan den kant van het gang-pad Hond) een groene zyden beurs, die de een of ander waarfchynlyk by toeval verloren had. Ik nam ze op, en by het openen vond ik 'er tot myne verbaazing veertig nieuw gemuntte Guinies in. Denk eens, Lucia, hoe' vreemd ik ftond te kyken.' Ik nam echter het befluit om by myne aankomst in de herberg te vernemen, of ook een zoo groot verlies door

den

Sluiten