Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c m)

*end is, wien zulks toebehoort, kunt gy ook geene zwaarigheid maaken om dit geld te eebruiken." 6 e ge

„ Het zon my zeer fpyten," zeide ik „ als ik den waaren eigenaar niet vinden kon."

Waarlyk, jonge Jufferi" hernam hy, , ifc ben van gedagte , dat het u eerlyk toebehoort; —- ftel u derhalven daaromtrend zeer gerust /"

Wy praatten met elkander nog eenigen tyd l»er over, tot dat wy eindelyk het Dorp zagen. Even vóór dat wy het zelve intraden, êmgen myne vriendeiyke reisgezellen in een zeer net huis, welk daar aan den weg ftond, en wy fcheidden dus van elkander.

Ik ging nu inde herberg, die waarlyk zeer aanzienlyk was, en werd in een fraaie kamer gebragt, daar ik myn reisgoed, door den jongen aldaar afgegeven, in orde vond; doch tot myne groote droefheid hoorde ik, dat de postkoets des morgens om agt uur, en niet op den -

middag door het dorp kwam. 'i Dit, Lu.

cia, heeft myn Tante zekerlyk geweten ;'maar zy was wel zoo wys, dat zy my zelve hier niet in de herberg bragt; want in dat geval zou zy terpligt geweest zyn,my weder mede naar huis N té

Sluiten