Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

« ( 194 )

te neemen, dewyl de post-koets maar éénmaal

•«weeks aldaar doorrydt. ■ Ach, Lucia,

hoe onbermhartig is die vrouw! ik werd

echter onderricht, dat ik met een Chais, die dezen middag werd te rug verwacht, gemaklyk naar de voornaamfte plaats van IV 1 kori gebragt worden, van waaralle dagen een koets naar Lenden rydt: Ik begon dus moed te fcheppen, en beval, dat men my een klein middag.

maal zou gereed maaken; en ik, trot^

fche, dwaaze kleuter kon my niet weerhouden, daar ik aan tafel zat, (terwyl de knecht heen en weder liep, om klaarigheid tot het tafel dekken te maaken) myn geld, dat ik gevonden had, uit de beurs te nemen. Guinie voor Gunie nam ik in de hand, en bekeek ze met aandacht; want nimmer, Vriendin, had ik zoo veel blinkend goud byeen gezien; en wat ook de wysgeeren ons willen vóórbabbelen, om dit fchitterend metaal te verachten, het is maar een

hoognodige behoefte in het leeven. ïk

leidde de guinies op tafel in orde, ik telde ze nog eens over, bewonderende de edele deftigheid in het portrait van onzen gcnadigiten Koning, die aan de eene zyde ftaat afgebeeld, en Helde my verbeelding duizende

aar.

Sluiten