Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarop raakte ik eindelyk in de post- koets, waarin het gezelfchap uit een fatfoenlyke Vrouw, dïe 'er zeer wel uitzag, en twee oude Edellieden belfond. Nadat wy elkander gevraagd

hadden, of onze gefarnenlyke reis naar Londen ware, en nadat deze vraag met ja beantwoord was, volgde 'er een ftilzwygen van eenige uuren , welk vervolgens dooreen gefprek dier twee Heeren over Staatkunde en andere publieke zaken werd afgebroken. Terwyl deze Heeren beiden zeer wei opgevoed fcheenen, was dit gefprek niet onvermaaklyk. Op dezen eerden

dag viel 'er geduurende de reis niets merkwaardigs voor. Gister was 'er een klein voorval , welk my van de beklagenswaardige verbastering van het menfchelyk hart overtuigde.—■ Kort nadat wy het ontbyt genomen hadden, hield de post koets Ril voor een tamelyk fraai landhuis, daar een oud Heer uit kwam, die een zeer aartige Jonge Julfer geleidde , welke ik denk, dat zyn dochter was. Hy nam zeer teder affcheid van haar, en hielp haar in de koets.— ?y moest eenige uuren ver wezen. Nimmer heb ik in eenig gelaat grooter zedigheid en onschuld zien doordraaien. — Zy fprak weinig, ea haar gantfche gedrag was ingetogen en deftig:

Sluiten