Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 220 )

tig: ik voor my was met haar en hare zedigheid zeer ingenomen, en dagt het onmooglyk te zyn , dat iemand hare houding zou berispen. Maar hoe groot was myne verwondering, dat ik , toen wy des middags aan tafel zaten , nadat zy reeds ons gezelfchap verlaten had, dén der twee voornoemde Heeren

tot den ander hoorde zeggen, „ Dieaar-

tige meid, die wy onder weg in de koets kregen , bekeek je van het hoofd tot de voeten, en lonkte je tusfchen beiden zo vriendlyk toe,

dat zy, geloof ik, fmoel op je had." —

„ Dunkt je dat?" zeide de ander .die even

als zyn reisgezel zekeiiyk niet minder dan zestig jaar oud was, al meesmuilende „ ei,

geloof je dat? Ik heb ook al gedagt, dat

zy ons beiden voor haar oogmerk goed befchouwde. — Ja, ja — ik zagen ik merkte het wel.— Ongetwyffèld een Dame van plaifir! — Zy is

waarfchynlyk op da kermis te D geweest,

om wat geld te verdienen."

„ lk geloofeerder", zeide de ander, „ dat zy by dien ouden vent bewaard geweest is ,die

haar aan de koets bragt. Een mooie,

aartige meid in der daad ! Ik geloof ook

niet, dat zy zich, zoo als andereu wel doen, géblanket had." Myn

Sluiten