Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C £21 )

Myn vrouwelyke reisgezel, die op dit ft uk zeer teder was , ken , zoo min als ik , langer met geduld aanhooren, dat eene onfchuldige jonge juffer zoo gelasterd werd. — „We!," zeiden wy beiden," omdat zy fchoon was, volgt dan daaruit , dat zy een iigre kooi wezen

moet?" — Daarop volgde een ïangduurig

harrewarren , waarmede wy echter deze flegte knaapen in geen ander gevoelen konden brengen. ■ Dit is zeker, dunkt my, dat dergelyke vermoedens geenszins uit een deugdzaam hart kunnen voortkomen. Goede God!

dagt ik by my zelve, indien de voornaamfte luiden op de waereld zoo denken, dan zou ik

liever onder de JFetfer boeren woonen. .

Maar ik zal hier eindigen; het is nu reeds over twaalven in den nacht, en de post-koets rydt

morgen vroeg af. — Adieu dan! —- Myn

volgende brief zal uit die groote Stad gedateerd zyn, daar ik morgen hoop te komen. ——• Ik ben, Waarde Lucia,

voor altoos de Uwe Fanny Belton.

EINDE van het EERSTE DEEL.

Sluiten