Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

52 SPOOK-

baar worden, trad hy met zagte febreden tot digre by het venfter, in het welk de dief van buiten inkeek. Deze had misfehien den zig.bewegenden glans van het nagtgewaad reeds te voten opgemerkt, en juist deswegens met zyne makkers , die nog agter hem waren, zngtjes gefproken. Want dit wit in menschlyke geftalte hem nu fteeds nader voor het gezigt tredende , verdween hy uit het venfter en klom, half vallende , van den ladder weder naar beneden in den tnin by zyne medemak» kers. ,

Onderwylcn hoorde de rentmeester ftil vragen: „ Wel nu —— is 'er dan weêr wat

nieuws?" De teruggejaagde antwoordde

taamlyk hoorbaar : „ ó Wee my! ik heb iets wits gezien, 'er is waarlyk een nagtfpook in de kamer, gy moogt het vry gelooven; by myne ziel, ik klim niet het eerst het venfter in." ■■

De rentmeester was over deze laatfte woorden zeer verblyd ; want nu wist hy, dat nog geen der dieven in het huis was. Hy plaatfle zig nu digt aan de wand naast het open venfter. Kort daarop kwam een andere, die

mo-

Sluiten