Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERTELLINGEN, f-f

„Ik kan evenwel niet geloven — dagt hy

by zig zeiven dat men ons een lyk

wil ontftelen."

Het werd weldra weder ftil, ondertusfehen kon hy niet weder in flaap komen. Het gedruis vernieuwde zig, doch het kwam hem nu voor, als of iemand op de tafel klopte. Maar het bleef hier nog niet by. Nu drougook uit de gemelde zaal een zagt jammergeklag tot zyne 1 uitterende ooren door, en een erbarmlyk gekerm, het welk uit eene borst vol angst fcheen voord te komen. De zelfmoorder viel hem nu als een gewigt van duizend ponden op het hart. „ Hoe — dagt hy — zou de geest van dezen rampzaligen geen rust kunnen vinden, en nu weder'de leeuw hutte bezoeken, van dewelke hy zig door vergift gewelddadig losrukte ?"

Beiden, deze gedagte en het geluld folterden hem fchrik lyk, en het bcnaauwd zweet brak hem van alle kanten uit. Hy kroop diep onder de dekens, ten einde zyne ooren aan dit fchrikbarend angstgefchrei te onttrekken. Maar niettemin hoorde by qok nu nog een

aan-

Sluiten