Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32, 9 9 0 O K»

geweldig ronken. Van wien kon dit anders komen, dan van den zo yverig gezogten, en nogthans gemisten boschdulyelï — Eene koude rilling viel den pottenbakker zo wel, als zy-nen jongen, op het lyf; van fchrik viel hem de teugel uit de hand i en tegen den wil van den meester trokken de paerden, die het gevaar niet kenden, waarin zy allen verkeerden, den wagen hoe langer hoe nader naar de fchrikbaarende plaats, daar het zo vreeslyk ronk-te. Zy zagen zig weldra digt by den boschduivel: tot groot geluk lag hy op den grond, zo lang en dik als hy was, uitgeftrekt, en ronkte flaper.de.

r, Hoe ligt kan hy wakker worden — dagt die pottenbakker — en dan zy wy allen verloren ; ik moet hem deriialven voorkomen!" Met deze gedagten en vol angst fpronghy van den wagen, cn greep zyn houweel. Onderwylen ontwaakte de ronkende , en rigtte, nog Slaapdronken, het hoofd een weinig op. Maar de pottenbakker was zo zot niet, dat hy hem tyd liet, om geheel op te liaan: zonder verier bedejsken verpletterde by hem mer zyn

hou-

Sluiten