Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERTELLIN GE N. I2|

«en, ten einde zig te overtuigen, dat de goede vrouw wezenlyk geftorven ware. Maar de ontmenschte weigerde niet alleen , haar den fleutel van de hamei- te geven , maar fchold haar nog daarenboven , en bedreigde haar met mishandelingen, indien zy niet aanftonds den mond hield, en afliet van met dergelyke nuttelooze bedenklykheden, dwaaze twyfelingen en heuswyze verlangens voor den dag tc komen.

Wat zou de goede dienstmaagd nu doen ? 'Er bleef v®or haar verder niets over, dan het nog niet geheel ophoudend geraas met angstvolle bekommering aantehoren, in allen' fpoed den lieden in de buurt daar van te vertéllen, en hun haar vermoeden medetedelen. Had de noodlottige duistere kamer ten minften flegts één venfter gehad, dan zou zy door hetzelve 'er in hebben kunnen zien, ea getragt hebben zig op die wyze te overtuigen , of de overledene in de daad dood ware,' of nog leefde.'

Eindlyk bragt zy het, door haar aanhoudend jammeren zo verre, dat de nabeftaan£ a den

Sluiten