Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vertellingen. 143

ftem, die ik , als van alle anderen onderfcheï- ' den, duidelyk voor de zyne erkende, kwam onlochenbaar van boven, daar' ik zyn licht zag branden. Niet te min werd ik in hetzelfde^ . oogenblik hem, dien ik geroepen had, reeds beneden voor my gewaar. Myn gezig't was naar den linkervleugel van het fchoolgcbouw, Waarin hy woonde, gekeerd, en ik "ftond zo digt by den wand, dat ik flcgtsL&&handbehoefde uittefteken , om hem aanteraken."

„Is het mogelyk, — riep ik vol verwon-* dering uit ~> Gy zyt reeds hier! Ik meendeu boven te horen antwoorden." • „Hy zweeg, ftond onbeweeglyk,en glimlachte, ten.minften meende :ik een glimlachen te bemerken, wyl de fchemering van weinige fterren Hny 'nkt [toeliet> zyne gczigtstrekken volkomen duidelyk optemcrkcn. Ik .kon niet begrypen, waarom hy zwee? reikte-hem derhalven de,hand , tastte juist door het onlichaamlyk iets door, het welk deszelfs beeldnis in myne oogen wierp,' cn yaakte niets anders dan den witten wand." „Wyl ik, volftrekt zonder eenig vooroordeel

Sluiten