Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

144 * F O O K*

deel,nog aan geene fpeling der natuur, voor de beperkte kragten van den mensch onbegryplyk, dagt; geloofde ik, dat myn vriend enkel uit kortswyl myne aanraking wilde ontwyken. Het geen my in deze mening verfierkte, was, dat ik hem, op hetzelfde oogenblik myner mistasting, aan denzelfden wand, ter regter zyde, flegts eene fchrede van my, gewaar werd."

„ Ik tastte andermaal naar hem, en miste hem weder. Nu-ftond hy ter linker zyde van my,als digt tegen den wand. „Gy zyt heden onbegryplyk fnel en vaardig —• zeide ik■«-»' Hy zweeg. Dit tweede zwygen verwonderde my wel; maar ik werd nog veel meer getroffen door de volgende hoedanigheden, die ik nog nooit in zulk eeneo trap in hem bemerkt bad."

w 'Er begon eene foort van wedftryd, wio van ons beiden de gezwindfte zou zyn. Et fchoot ras op hem toe, greep met beide uitgeftrckte handen naar hem; maar — her verfchynzel ontrukte zig voor de derdemaal aan tnyn gevoel,en ontfloop, ter linker zyde

Vft»

Sluiten