Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERTELLINGEN. 5

verfcbeen, dat hem, met flonkerende oogen en met onbevveeglyke blikken, vermetel aangaapte ! In alles geleek dit fchrikdier volkomen naar eenen fchimmel. Het geringe ondferfcheid echter van een gewoon paard maakte hetzelve nog verfchriklyker. Aan den kop en aan de agtcrpooren fcneen dè vorst der duisternis zelf zich onder deze gedaante te vertoonen. Afgryslyk!' herwas niet anders dan of agter de fchoone fpitfe paardenooren bokshoornen uitbraken; en aan het ag< terfte gedeelte van het ondier waren volkomen — deuk eens ÏLii menfchenvoctsn !

In het begin kreeg de fchildwacht byna lust om den nagtgeest gevangen te neemeu, en voor goeden prys te verklaaren; doch , zoodra meende hy niet te bemerken dat her hoven en onder aan het paard niet richrig was, of hy deed aflhrnd van den buit, en dagt by zichzelven» „ Doet gy my geern. j, kwaad, zoo doe ik u ook niets."'

Mogelyk door dezelfde gedachten bezield , vergenoegde zich dit zonderling fpook enkel' met den carabinier te bekyken. Het fcheen, A 3 ge^

Sluiten