Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14

spoor-

ning l Aan het bed zit een affchuwlyk fpook. Een buitengewoon klein, misvormd,en, naar den fchyn, vrouvvlyk wezen, kruiswyze geketend , ftaart hem met glinfterende oogen aan. Het huppelt, even als een danfende bond, op twee bcenen; kop en borst zyn geheel ruig; pikzwart hiür hangt, gelyk de maanen van een krank paard, wild over de fchouders verfpreid. Met opene kaaken loeit dit verfchrlklyk gedrocht den heer lehma.nn aan, nadert Hem dreigende, en maakt een vreeslyk gerammel met den keten. Hy, fchoon anders niet vreesagtig, was echter thans niet in Haat dit verfchynzel aan te fpreeken. Hy maakte ruimbaan voor hetzelve. Het verdween plotsllngs , en liet zulk een' vreeslyken ftank agrer, dat de verfchrikte geestenziener byna door denzei ven verdikt ware.

Het duurde lang eer hy van zyne ontfteltenis koude bekomen. Eindelyk gelukte het hem de reden te kunnen gehoor geven. Deze fluisterde, na langen tyd gedagt en herdagt te hebben, hem in het oor; dat de waard , dien hy voör een vrolyk en grappig mankende,.

Sluiten