Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERTELLINGEN.

39

„ Ja wel, ja wel'."

Zonderling! en uw naam, m—m mag ik dien ook weeten ?

„ Gy moogt wel, doch hy kan u van geen nut zyn; veeleer kan hy u fchaden." —

Schaden? Uw naam my fchaden? —— ün hegryplyk! onmogelyk ! —-

„ En echter waar! Gy zyt hier om u te verflxooien. Een enkel woord van my zoude alle uwe gedagten infpannen.'*

Omtrent op deze wyze begon een gefprek, dat elk minuut voor den armen graaf gewïgtiger, en te gelyk duisterer wierd, dat heta met angst vervulde, en waarvan by echter niet kon affcheiden. Hy bragt hetzelve op verfcheidene, reeds lang vervlogene, omftandigheden zynes levens; het masker kende die alle; zelfs riep zy menige kleine, hem reeds ontfchotene trekken, in zyne gedagten terug. Daar was geen woord van haar, dat hem opwekte, noch ter neder floeg, en echter ook geen woord, dat hem niet trof. Met eene

hei-

Sluiten