Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

66

SPOOK-

„ ren , onfeilbaare fpooren der wedarkeerende „ lcvenskragt!" (Een voor de neusgaten gehouden donsveder werd door haaren adem, genoegzaam onmerkbaar, bewogen, en inden omtrek van het hart befpeurde men eene zagte warmte.)

Het leed niet lang, of de in fchyn overledene opende, tot onuitfpreeklyke vreugd van allen, de gebrokene oogen, en Hamerde zagt en langzaam: „ Ach , kinderen! waar„ om hebt gy my niet laaten flaapen? ik „ fliep zoo zagt, zoo gerust."

Het geheele gezin fchaarde zich nu om het bed, waarop de arts de fehyndoode terHond weder had doen leggen; en allen hoorden deze heuglyke woorden des levens. —. Doch ik onderneem niet de verrukking te fchetfen, welke ieders hart vervutde. Om het onwillekeurig gevoel der vrolykfte en vuurigfte dankbaarheid aan de Godheid uit te drukken, zal elke taal eeuwig te arm zyn.'

De goede vrouw herftelde fpoedig na dezen weldaadigen doodsflaap; — leefde-, gezonder

Sluiten