Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

v E a t E l l I N (J i! n. 14^

de insgélyks myn verlof niet willekeurig verlengen. — Niets baatte dus, wy lieten de paarden voor komen, zaten op, en Moorden 'ons niet aan de digtvallende en verbysterende fneeuwvlokken, door welken men naar den weg moest gisfen.

Hoewel de lieve dames , toen zy tegen ons vast befluit niets beters meer wisten inttbrengen, zelfs haaren toevlugt namen tot de fchrikbaarende geestverfchyningen , welke, volgens het gerugt, op den weg van Reiclicnbach herhaalde keeren gezien waren ; was dit echter het minst gefchikte middel om twee jonge en moedige officieren vrees aan tejaagen, en daar door over te haaien.

Wy begonnen dus, onze nagtrcize , en boewel wy juist niet reden gelyk burger zingt :

„ En fteeds al verder, hop, hop, hopl „ Ging 't vcord in zuizenden galop!"

zoo reden wy echter; en naderden vast, met bedaarde fchreedsn> het verfchriklyk G 2 oord,

Sluiten