Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERTELLINGEN. 151

„de; in plaats van nasr Peterswaïde, wer„waards ik heen wilde, te gaan , ben ik aan „ dit woest muurwerk gekomen; ik kan geen* „Hap meer doen van vermoeidheid."-~

Hy hsd het lied gezongen: Op mynen goeden God vertrouw ik in den nood. «. Zoo dra hy ons hoorde, zweeg hy , en ftond op, om naar ons toe te komen, — Hy was my als eene lange witte fpookgeftalte voorgekomen, dewyl hy groot en geheel wit befneeuwd was. Myn paard fnoof en fteigerde, uit hoofde hetzelve; met fcherper ge;'hjtswerkiuigen begaafd, waarfchynlyk het natuwrlyk fpook eerder bemerkt had, dan ik , en voor hetzelve bevreesd was. Het was ontembaar en losbandig, dewyl het dat van mynen reismakker vooruit zag gaan , en niet gaarne alleen agter bleef: ook moest het, toen ik bet van den weg wilde afleiden, door de diepfte fneeuw heen. In 't kort, alles was zeer natuurlyk; ook zelfs dit, dat bet fpookagtig gezang mynen reisgezel verfchrikl>!;er voorkwam, dan my, en hy dus voorby reed, want by fi.iderde rtog wat heviger, dan ik ;

G4 en

Sluiten