Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vertellingen. l6§

geenen aanval vermoed hebbende, maakte fchielyk regts om, en meende door de voordeur van den tuin te ontfnappen. Doch nu hield ik hem den blanken fabel voor, en myn: „ Sta, fchurk ! wie zyt gy ? " bragt hem verder geheel in verbystering. Intusfchen floeg hy, zicli dus in het nauw ziende, nog een oogenblik vertwyfeld met een tuinftaak om zich heen; doch fpoedig pakte de knegt hem van agteren by den nek, en wierp hem op den grond. „Om Gods wil, myne beeren!" riep hy, „ fchenkt my het leven! Ik ben ,, christoffel winzer ; hebt flegts de goed„ heid met my te gnan; nauwlyks twintig „ fchreden van hier is myne wooning ; zulke „ braave heeren kan en wil ik gaarne alles „ ontdekken." «— Dewyl het juist fterk re. gmde , zoo lieten wy ons deze nodiging in eene geesrenwooning welgevallen, en gingen met hem mede. Daar gekomen zynde, begon de ontmaskerde dus:

„ Ik redde eens den vader van het meisv je, dat ik nu reeds eenige nagten veronti,^Ost heb, het leven, met gevaar van het

» my-

Sluiten