Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S P O 0 K-

den kwam eene onwijlekcmige vrees aan,die een befchaamd verftommen ten gevolge bad.. Duidelyk gaven wy elkander ook door woorden da* geene te kennen, waarvan onze ontöaltenis en ons bleek gelaat ons wederzyds reeds overtuigd hadden. Onze vrees vermeerderde; wy wilden de huïshoudfter fchellen, en hadden nauwlyks den moed, om ten dien einde aan het «engtter te gaan, en den trek. ker der fchel te vatten. Na eenige overleg.gingen begou eindelyk het fchier in flaap ge. klopt vernuft weder te ontwaaken.. Ik nam het befluit, om gewapend, en onder geleide van mynen vriend, den gang nogmaals te doorzoeken. Wy. gingen mer een licht in du hand de kamer uit, floten de kamerdeur agter ons toe, om in den gang zelf te wagten, of — het vrouwsper foon weder zou verfohynen.

Dank. zy het vernuft,, dat ons eindelyk ingaf dat geene te doen ,, wat wy reeds lang moesten gedaan hebben. Thans, nu wy ern* fliger op. alles acht gaven, bevonden wy, dat bet aan het eind©: van den gaj;g zynde veng-

Sluiten