Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERTELLINGEN.

7

In een dezer halfwaakende oogenblikken flaat hy toevallig de oogen op de tafel, en ziet, met ontzetting, by de fchemcring vanhet nagtlicht, de pen, die hy nedergelegd had, overeind en op het papier fchryyende. Zyne herinnering wordt nu fpoedig levendig, hy wryft zich de oogen, hy is volkomen wakker, richt zich op!, en ziet duidelyk dezelfde verfchyning; de pen flaat omhoog en fchryft, doch geene hand, niets, dat dezelve hield, is zigibaar. —

Nu valt hem zyn droom in, en hy ft.it niets zekcrer dan dat de ziel van den verfcheidenen, door eene of andere herinnering gekweld, zich van dit middel wilde bedienen , om hem haare gedagten mede te deden. Met eene koude huivering legt hy zich wederom neder en poogt de oogen te fluiten; doch vruchteloos, eene hoogcro magt dwingt hem dezelven onafgebroken op het voorwerp van zynen fchrik te vestigen. —

Door eene onwilkeurige fiddering aangegrepen, fpringt hy nu plotslings op, grypt de.

A. 4* • pen,t

Sluiten