Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

>■ E R T E 1, I, INGE N.

45

wns het antwoord, en reeds rammelde hymet de fleutcls , toen hy nog voorgat' dezelven niet te kunnen vinden.

- Eindelyk ging hy langzaam naar de pooit; dan, nauwlyks kreeg hy daar den zöogenaami den herder in het oog', ofhy vloog naar het wachthuis te rug , even of een zegepraalend vyand hem op de hielen zat. Deze onderofficier was, NB. geen mensch van den géwoonen [tempel, maar een man van opy-oe» ding) die door veelc verhevene wetenfehappen boven zyne gelyken uitmuntte. Intusfchen bewees ook hy, hoe veel vermogen de indrukken der vroege jeugd, en de begoochelingen der verbeeldingskragt op het vernuft hebben.

. „ Wilt gy den mensch inlaaten"? vroeg de officier op eenen ernftigen toon.

„„Ik niet, heer luitenant"! antwoordde hy vrypostig, en gaf den officier de ïleutels over. Deze nam dezelven en opende •zwygend de poort. Het fpook fprong nu met éénen zet, daar binnen, waarfchynlyk B zeer

Sluiten