Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

j8 9 P O O »»

vallen zyn: ook had ik thans veel gewon» nen, dewyl ik my tegen alle on^erwagte voorvallen kon gereed houden; ik floeg dus getroost den boschweg weder in.

De toppen der bpomen waren nu iets meerder in beweging; de wind woei my regt tegen; myn paard liep fnel door, zoo dat de grond daar van weêrgalmde, en ik balanceerde zonder ftygbeugels (want de een zonder den anderen was my nutloos) het avontuur te gemoet. Zoo dikwils ik eene kromte des wegs ten einde was, en nu weder eene lengte kon vooruit zien, doorliep ik met fcherpe blikken den omtrek. Ik ontdekte nog gefladig niets, echter kon ik nu niet verre meer van de monsters af zyn. Myne verwagting was ten hoogften gefpannen, toen het my toe'fcheen als of ik een' luiden kreet hoorde. —Ik hield ftil en luisterde — het was in de daad een ongewoon gefteen en gekrats; ik zag echter niets en reed verder. Kort daarop kwam het my voor, dat ik het fchriktooneel zeer naby moest zyii. Ik vernam een 'fteeds hoorbaarer en afgebroken gebrul. Myn

gaard

Sluiten