Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERTELLINGEN. $9

paard had reeds lang de ooren gefpitst

intusfchen bemerkte ik in den weg niets; hoewel ik meer dan dertig fchreden in de lengte kon overzien, — De onderfcheiden klanken fcheenen zydwaards uit het bosch te komen. — Ik reed verder — plotsïïngs ontdekte ik agter de ftruiken eene witte gejlaU te, welke, in ftuiptrekkende bewegingen, op den grond lag. Het paard bleef gerust, dewijl het door de ftruiken niets zien kon ; ik dreef het dus zoo digt mogelyk daar by, en meende eindelyk eene menfehelyke gedaante te zien. Ik bedroog my ook niet: een huzaar lag, in zynen witten mantel, op den grond uitgeftrekt te fteenen. Ik vreesde dat hem eenig ongeval overgekomen ware, ging dus een weinig agterwaards, fteeg af, bond myn paard aan eenen boom, en naderde hem — doch de mensch had zich zoodanig met fterken drank overladen, dat hy byna roerloos zyne volle maag lag te ontlasten. Hy poogde dikwils op de been te komen; toen dit eindelyk gelukte, en ik zyne hooge Hongaarfche muts, met groote witte

plui-

Sluiten