Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERTELLINGEN. 53

verfchyning' der eerfte gedaanten, nu niets vreemds meer, daar zy enkel gewrochten van eenen droom waren. Pt ik in de daad' myne bedienden toegeroepen had, is tv/yfelSchtig; zy ontkenden het, doch het is mogelyk, dat zy het in den flaap niet gehoord hadden. Slechts de idai* ft e verfchyning behield iets merkwaardigs, dewyl toch ook myn paard iets fcheen gezien te hebben, waar door hetzelve zich van den .weg af en in de groef had haten drijven. Doch ik geloof ook dit te kunnen vcrklaarcn. De gang van het langzaamerhand vermoeid wordende dier was moeilijker geworden, dan in het begin van den nagt, en de fchuddende beweging myns ligcbaams had op den toom, dien ik in de linker hand hield, gewerkt. Tewyl ik zelf dus het met iederen flap van den weg afmende., en het paard poogingen deed om in het fpoor te blyven, bemerkte ik daar door dat hetzelve tegen de hand indrong- doch ik verbeeldde my te gelyk, dat ik het midden op den weg, waar van het, naar myne meening, trachtte C 3 af

Sluiten