Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

83

spook-

finertelyk viel, zoo hielp zyne goede natuur hem echter fpoedig wederom op de been. Hy had, om niet geheel alleen te zyn, een paar kindskinderen , twee vrolyke knaapcnby zich genomen. Op eenen morgen zond hy peter , een fchrandcrcn jongen , waar van hy reeds veel hulp genoot, met den fleutel naar de kisteiikamer, om van den daar bewaarden voorraad van gedroogde vruchten , eenigen voor bet middagmaal te haaien. „ De ge„ droogde pruimen," zeide hy, „ zult gy

aan bet een, en de peeren aan het ander „ einde van myne doodkist vinden," De knaap ging, cn kwam weder, doch zonder vruchten , bevende over zyn gantfche ligchaam, en bleek als een lyk.

peter. Ach God! ach God ! grootmoeder is wedergekomen; zy ligt daar.

Grootvader. Jongen! zyt gy dol ? wat rammelt gy daar weder?

peter. Ja, grootvader! zy is zeer zeker wedergekomen; daar ligt zy in uwe doodkist.

Grootvader. In myne doodkist liggen dc vruchten, die gy haaien zoudt.

peter.

Sluiten