Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§5 spook-

van het geen ik las; want genoegzaam Iry iederen regel werden myne oogen onwilkeurig naar de fchrikbaarcnde gedaanten getrokken. Ik had eene zyde gelezen, en wilde het blad omflaan. De plaats echter, welke het boek op de tafel befloeg, was zoo bepaald, dat ik, om met de hand het blad te kunnen omflaan', eerst iets moest wegneemen, dat my daar in verhinderde. Terwyl ik dit deed , loerde ik te gelyk naar den muur; dan —welk eene blyde verwondering vervulde my, toen ik juist in deze weggeruimde verhindering de oorzaak van de eene fchaduwe ontdekte !

Deze verhindering wel twintigmaal met de hand ginds en hervvaards te bewegen; onafgebroken naar den muur en de wilkeurig bewegende fchaduwe te zien; en my van de waarheid myner gedaane ontdekking dooT herhaalde proefnemingen te overtuigen : dit waren thans myne voornaamfte bezigheden. De aart der fpot'achtige fchaduwen lag nu klaar aan den dag, en ik kon dezelven, als onmagtige wezens, verbannen en befpotten.

De tot hier toe verfcbriklyke gedaanten

wa-

Sluiten