Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HÓ S p. o o k-

Zoon. De ftem van den gccnen , die my wekte , was dus niet die van den nagtwaaker ?

Vader. Het was de'myne. De nagtwaakcr ging, ftoin als een visch, uw vengfter3 en tuimelend, als een 3 die de vallende ziekte heeft, my voorby.

Zoon (nadenkend.') Zoo mag hy wel //, en geen fpook gezien hebben ?

Vader. Ontwyfelbaar flechts my, en geen fpook. — Hy verfchrikte van my , ouden zwakken man , om middennagt bier tc zien, even of by een fpook zag.' — In zynen kindèrachtigen angst vergat by zelfs aan den hoek van onze ftraat het uur te roepen: — ook kwam hy den gantfehen nagt hier niet weder voorby.

Dochter (met twyfelmoedige verwondering.) Is het mogelyk! maar -r— maar — de geest, dien- gravenstein voor onze de inzag , was geheel wit — van het hoofd tot de voeten wit! —

Vader. Ik was in het hembd, lieve dochter ! —

Sluiten