Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERTELLINGEN. t2$

Man. (dien de naald uit de hand valt ,) Hoe! wat? de booze vyand ? —*

Frottw. Hy zelf lyfïyk.

Man. (die zich her/lelt, en den dappe* ren wil fpcelen,) Ei wat, dat kan niet zyn; dat geloof ik niet. Wie weet wat gy gezien hebt!

Frjuw. (angftig luisterende .) Nu , hoof zelf, ach God! hoor toch !

Man. (verfclïrikt en fpringt van zyne tafel,) De kagchel kraakt, ach , lieffte grietje ! laat ons ....

Zo ver was hy met zynen raad, toen 'er ut den kraakenden en zich verplaatzenden kagchel een vervaarlyk gat kwam , door hetwelk dc duivel heen kroop.

Het goede grietje zeeg ogcubliklyk in oh* magt neder. De fnyder echter, wiens we-*, plaats digt aan het vengfter was, deed eenen kloekmocdigcn fprong op zyne taf él, en verVolgens het vengfter uit. De duivel, zwart als een raaf, fcheen ditmaal niet de vrouw, maar den man te willen haaien; want hy Set «e eerfte onaangeroerd liggen, en vloog als F 2 een

Sluiten